Column van Marco Verbeek
Rondom de Vink Groep Culemborg Cup, die werd georganiseerd door een handvol oud trainers, spraken we een van de initiatiefnemers in de persoon van Marco Verbeek. Het gesprek leidde tot onderstaande column. Stof tot nadenken!
Het bekervoetbal in het amateurvoetbal is een tikkende tijdbom
Wie het regionale voetbal een beetje volgt, ziet de lokale voetbaltoernooien met het jaar toenemen. In Amersfoort, Utrecht, Zeist en Culemborg hebben verschillende initiatiefnemers de handen ineengeslagen en een lokaal toernooi georganiseerd tussen de clubs uit dezelfde stad.
Een geweldig initiatief om de wedstrijden interessant te maken voor spelers én supporters. Daarnaast is een overvolle kantine in deze fase van het seizoen ook uit financieel oogpunt natuurlijk prettig voor iedere club. Je kunt dan net even die nieuwe friteuse of koelkast aanschaffen om klaar te zijn voor het nieuwe seizoen!

De speeldagenkalender en de regionale zomervakantie staan een nog groter succes echter in de weg. Zeker in het eerste deel van augustus is de halve club nog op vakantie en speel je met een veredeld mix-elftal op dinsdagavond tegen de rivaal uit het andere deel van de stad. Als iedereen eindelijk uitgerust is teruggekeerd uit Spanje en Turkije, beginnen de bekerwedstrijden.
En juist die bekerwedstrijden beginnen steeds meer tegen te staan. Als ambitieuze vierdeklasser kun je zomaar twee vijfdeklassers treffen en een vrij weekend, dat je ternauwernood nog moet invullen. In het ergste geval speel je in een poule ook nog eens om 18.00 uur en tref je twee uitwedstrijden van de drie in totaal. Een andere trend is dat je drie of vier jaar achter elkaar dezelfde loting hebt. Dit komt vooral over als ‘desinteresse en laksheid’ vanuit Zeist. Vanuit de clubs kun je je hardop afvragen waarom je je inschrijft voor een voetbaltoernooi waar je de tegenstanders en het niveau niet van kent.
Als je dan al doorkomt naar die volgende ronde, mag je half oktober aantreden tegen een volgende tegenstander. Maar voor de meeste tweede-, derde- en vierdeklassers is het bekersprookje niet meer dan een fabel. Je komt zelden bij de laatste zestien, en je wilt natuurlijk ook niet het risico lopen dat je in een bekerwedstrijd tegen blessures aanloopt. Los nog van het feit dat de halve ploeg op dat moment al een weekendje weg heeft geboekt. Want zodra het speelschema bekend wordt, zit de plaatselijke linksbuiten met twee klikken in Barcelona of Rome — je moet toch wat doen om je relatie in stand te houden.
En dus is het een kwestie van tijd voordat de clubs doorhebben dat dat bekertoernooi helemaal niet zo interessant is. Juist op deze drie zaterdagen, wanneer je als team compleet bent en de aanhang weer op de tribune zit, wil je wedstrijden spelen die ertoe doen. En juist dán zijn de momenten waarop een regionaal initiatief met een prachtige bokaal nog beter tot zijn recht komt. Wedstrijden op een vol sportpark tegen de rivaal uit het dorp verderop, een volle kantine en een weerzien van bekenden binnen en buiten de lijnen.
Het is een kwestie van tijd voordat clubs zelf het initiatief nemen om dit te organiseren en zich niet langer inschrijven voor het KNVB-bekertoernooi, maar een eigen toernooi neerzetten. De voordelen van de KNVB-bekerwedstrijden (een arbiter en een minimale kans op doorstoten naar Europees voetbal) wegen niet meer op tegen duizenden euro’s omzet en een herkenbaar evenement op eigen bodem.
De vraag is: wie durven gezamenlijk als eerste deze stap te zetten?

